Wetswijziging: automatisch gezag door erkenning

In mei 2022 schreef ik al een artikel over de ongelijkheid tussen gehuwde en ongehuwde vaders met betrekking tot het gezag. Dit artikel “Ongehuwde vaders, opgelet!” is terug te vinden op onze website en LinkedIn.

 

Huidige situatie

Als de vader gehuwd is met de moeder en het kind erkent, krijgt de vader met de moeder automatisch het gezamenlijke gezag over het kind. De ongehuwde vader krijgt dit gezag niet automatisch en kan het gezag via de rechtbank vast laten leggen. Hiervoor heeft de vader de toestemming van de moeder of de rechter nodig. Het gezag is van belang voor het nemen van beslissingen over het kind of bijvoorbeeld het aanvragen van een nieuw identiteitsbewijs.

 

Nieuwe situatie

Per 1 januari 2023 zal deze situatie veranderen. Als de ongehuwde vader het kind erkent, zal hij voortaan ook automatisch het gezag verkrijgen. Hiermee komt de ongehuwde vader gelijk te staan aan de gehuwde vader.

 

Uitzonderingen

Natuurlijk zijn er uitzonderingsmogelijkheden hierop. Als bijvoorbeeld beide ouders niet willen dat de vader het gezag over het kind krijgt. De ouders kunnen dan samen een verklaring bij de gemeente indienen dat de vader het kind wel zal erkennen, maar geen gezag zal krijgen. Of als de ouders het niet eens zijn over de gezagsuitoefening zal één van hen de situatie toch nog voor moeten leggen aan de rechter. Bovendien krijgt de vader bij erkenning enkel het gezag als de moeder ook al het gezag heeft over het kind. Heeft de moeder nog geen gezag, bijvoorbeeld omdat zij zelf nog minderjarig is of onder curatele staat, dan krijgt de vader ook niet automatisch het gezag bij erkenning. Ook dan zal de vader naar de rechter moeten om het gezag vast te laten leggen.

 

Inwerkingtreding

Het automatisch verkrijgen van het gezag bij de erkenning geldt alleen als het kind ná 1 januari 2023 wordt erkend. Het gaat er dus niet om of het kind vóór of ná 1 januari 2023 is geboren, maar wanneer de erkenning plaatsvindt. Als het kind in december 2022 is geboren, maar pas in januari 2023 wordt erkend door de vader, zal de vader dus ook het gezag krijgen.

 

Gelijkheid tussen gehuwde en ongehuwde vaders

Met deze nieuwe regels wordt een drempel voor ongehuwde vaders weggehaald om het gezag uit te oefenen over zijn kind. Ook is er een einde gemaakt aan het onderscheid tussen gehuwde en ongehuwde vaders met betrekking tot het gezag. De nieuwe regels kunnen er echter ook voor zorgen dat de moeder voor de erkenning geen toestemming meer geeft, omdat automatisch het gezag daarbij komt. De erkenning wordt dus meer dan alleen het vastleggen van de afstamming. We zullen moeten afwachten welke uitwerking de nieuwe wet zal hebben. Al met al lijkt het een positieve ontwikkeling voor ongehuwde vaders.

 

Wist u dat Wetting & De Roode Advocaten en Mediators sinds kort ook te volgen is op Instagram?  Hier delen wij belangrijke ontwikkelingen en geven wij een inkijkje in ons kantoor.


Moet de bekende spermadonor alimentatie betalen?

De verhoudingen binnen gezinnen verschuiven steeds meer. Steeds vaker is er niet meer sprake van een vader en een moeder die samen een kind krijgen, maar ook twee moeders, twee vaders of alleenstaande ouders krijgen kinderen. In mei 2022 heeft het gerechtshof Den Haag een interessante uitspraak gedaan in een zaak waarin de moeder de bekende spermadonor verzocht om betaling van kinderalimentatie.

Procedure bij het hof

In deze zaak heeft de moeder in 2015 een kind gekregen door kunstmatige bevruchting met het sperma van de man. Het kind woont al zijn hele leven bij de moeder en de moeder heeft eenhoofdig gezag. Hoewel de man de biologische vader is van het kind, heeft hij het kind niet erkend.

In de procedure stelt de moeder dat de man voor de zwangerschap had aangegeven samen het kind op te willen voeden. Ook zou de man zeer betrokken zijn geweest bij de zwangerschap en zou hij hebben aangegeven kinderalimentatie te willen betalen. De man heeft na de geboorte het kind meermaals gezien en kocht tot 2020 voor zijn verjaardag cadeaus. De man geeft echter aan altijd de intentie te hebben gehad om slechts donor te zijn voor de moeder. Voor de verwekking van het kind heeft de man ook een donorovereenkomst naar de moeder gestuurd.

Donor of verwekker?

In de wet wordt een bekende spermadonor niet gezien als een verwekker. Slechts een verwekker van een kind is verplicht tot het betalen van kinderalimentatie. Dat de man in het verleden interesse heeft getoond in het kind en financieel heeft bijgedragen, maakt niet dat de bekende spermadonor opeens wel een verwekker is in de zin van de wet. Het hof weegt mee dat de man al meerdere keren als spermadonor is opgetreden voor verschillende stellen en vrouwen en nooit een intentie heeft gehad om een vaderrol te vervullen.

Conclusie

Al met al is volgens het hof de ‘bekende spermadonor’ niet verplicht tot het betalen van alimentatie als de verwekking puur als donor is bedoeld. Bijvoorbeeld doordat het niet op een natuurlijke wijze is gebeurd, de man verder geen rol speelt in het leven van het kind en een donorovereenkomst is uitgewisseld.

 

Gerechtshof Den Haag 18 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:900


Foto’s van kinderen delen op social media

Vroeger werden foto’s alleen in een fotoboek geplakt, maar nu worden foto’s en video’s op allerlei social media platforms gedeeld. Facebook, Instagram en Whatsapp zijn veelgebruikte platforms. Ook foto’s van kinderen worden veel gedeeld. Als beide ouders het gezag hebben over de kinderen, is er ook van beide ouders toestemming nodig om een foto online te delen. In de meeste gevallen kunnen ouders uitgaan van elkaars toestemming, maar na een scheiding kan dit toch voor problemen zorgen. Rechters hebben al verschillende keren moeten oordelen of een ouder foto’s op sociale media mocht delen.

Op bezoek bij de vader

Rechtbank Gelderland heeft bijvoorbeeld in 2018 geoordeeld over het delen van foto’s van een dochter op Facebook. De ouders waren gescheiden, maar hadden allebei het gezag over de dochter. Aangezien de dochter alleen in het weekend bij de vader was, deelde de vader graag foto’s van zijn dochter met zijn omgeving via Facebook. De moeder gaf bij de rechtbank aan dat de foto’s eigendom van Facebook zouden worden en konden worden doorverkocht. Dit staat namelijk in de algemene voorwaarden van Facebook. Met het delen van foto’s op Facebook geef je Facebook toestemming om de foto’s op te slaan, te kopiëren en te delen met derden. Hoewel de rechtbank de vader begreep dat hij graag zijn momenten met zijn dochter deelt, was de rechtbank van mening dat dit ook op andere manieren kon. Bijvoorbeeld met een familiebezoek, via Skype of het ouderwetse fotoboek. Het belang van vader weegt in deze zaak minder zwaar dan het recht op privacy van het kind en het risico dat de foto’s in handen komen van een bedrijf. Bovendien was de dochter pas één jaar oud en had zij geen belang bij het delen van foto’s op Facebook. De rechtbank oordeelde dat de gedeelde foto’s moesten worden verwijderd. Vader mocht geen foto’s meer plaatsen zonder toestemming van de moeder totdat de dochter vijf jaar is.

De vlogmoeder

Ook Rechtbank Den Haag heeft in 2018 hierover moeten oordelen. De moeder was een vlogster en plaatste video’s van haar en de kinderen op YouTube en Instagram. Hiermee wilde de moeder andere ouders helpen bij de opvoeding van hun kinderen. Bij de rechtbank gaf de vader echter aan bang te zijn dat de video’s onderwerp zouden worden van pedofilie en pestgedrag. Hij verzocht de rechtbank de moeder te verbieden om nog video’s te delen. De rechtbank overwoog dat met het delen van video’s de privacy van de kinderen in het geding is en vond het een aannemelijk risico dat de video’s op een verkeerde manier konden werden gebruikt. Met name omdat de kinderen pas twee en vier jaar oud waren, konden zij de gevolgen voor hun privacy niet overzien. De rechtbank verbood de moeder om nog nieuwe video’s te delen op social media met meer dan 250 mensen. Al deze mensen moesten tevens voor de moeder bekenden zijn. Bovendien moest de moeder de geplaatste video’s van de kinderen op YouTube en Instagram verwijderen.

Uitzondering voor Whatsapp

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in 2020 geoordeeld over het delen van foto’s van kinderen op social media. Ook in deze zaak verzocht de vader het gerechtshof de moeder te verbieden om nog foto’s te delen. Het gerechtshof keek, net als rechtbank Gelderland, naar het licentiesysteem van Facebook, waarin staat dat foto’s door Facebook mogen worden gebruikt. Het gerechtshof oordeelde dat de moeder geen foto’s meer mocht delen op social media, maar maakt een uitzondering voor Whatsapp. Bij Whatsapp kunnen foto’s namelijk alleen worden verzonden aan contactpersonen en worden geen rechten gegeven aan de organisatie. Het was volgens het gerechtshof niet in het belang van het kind van zes jaar dat foto’s op social media worden gedeeld. Het kind kan met deze leeftijd nog onvoldoende de gevolgen van het delen van foto’s op social media overzien. Het gerechtshof verbood de moeder dan ook om nog foto’s te delen voor de duur van vijf jaar. Als het kind ouder is, kan zij beter haar belangen inschatten en de gevolgen voor haar privacy overzien. Bovendien kan het kind op latere leeftijd zelfs belang hebben bij het delen van foto’s op social media.

Belang en privacy van het kind

Het belang en de privacy van het kind staan dus op nummer één. Hoe jonger het kind, hoe minder belang het kind zal hebben bij het delen van foto’s op sociale media. Alleen met toestemming van beide gezaghebbende ouders mogen foto’s worden gedeeld. Als hierover een probleem ontstaat, kan de rechter een verbod opleggen. Het verbod wordt meestal door de rechter in duur beperkt, omdat kinderen naarmate zij ouder worden wel belang kunnen hebben bij social media en de gevolgen voor hun privacy zelf beter kunnen inschatten.

Vastleggen in ouderschapsplan

Al met al raden wij aan om in het ouderschapsplan vast te leggen hoe wordt omgegaan met het delen van foto’s en video’s op social media. Moet hier bijvoorbeeld altijd toestemming voor worden gevraagd of zullen beide ouders alleen via Whatsapp foto’s delen? Denk hierbij ook aan de familieleden of nieuwe partners en de vraag of zij wel toestemming moeten vragen aan de gezaghebbende ouders. Als dit allemaal vooraf in het ouderschapsplan is vastgelegd, zal dit voor meer duidelijkheid zorgen en kunnen problemen of zelfs juridische procedures worden voorkomen.


Recht op omgang tussen kind en ouder

Een kind heeft recht op omgang met zijn beide ouders. Ik heb in eerdere blogs geschreven over de mogelijkheden van nakoming van een omgangs-/zorgregeling zoals een dwangsom, lijfdwang en dergelijke. Rechters proberen er alles aan te doen om nakoming van een omgangsregeling te laten plaatsvinden. Dit gaat soms erg ver maar rechters zijn verplicht hieraan hun inspanning te verlenen. Hoe zit dat?

Wetgeving

Het recht van omgang is in onze nationale wetgeving gewaarborgd maar ook in het Europees verdrag van de rechten van de mens (EVRM) dat Nederland heeft ondertekend. Dit verdrag legt de verdragsstaten verplichtingen op. In dit geval legt het de staten een positieve verplichting op om de gewaarborgde fundamentele rechten te beschermen. De verdragsstaten moeten de rechten garanderen en bevorderen en ervoor zorgen dat de rechten niet inhoudsloos zijn. De lidstaten en rechters van die lidstaten hebben hierbij een ruime beoordelingsvrijheid.

In het EVRM is opgenomen dat lidstaten in het belang van het kind hun uiterste best moeten doen de relaties met de ouder bij wie het kind normaal niet verblijft, te behouden of opnieuw op te bouwen. Het EVRM toetst deze verplichting van de lidstaten. De lidstaten dienen alle vereiste maatregelen te hebben genomen om de uitvoering van de omgang te faciliteren. Het is aan de rechter om de belangen van de minderjarigen te wegen en te beschermen bij het nemen van een beslissing omtrent de zorg- of omgangsregeling.

Recht op omgang bij de rechter

In de jaren 80 zag je dat de rechter meer een bemiddelende rol had bij omgangsregelingen en dat zag je ook terug in de uitspraken. De steeds grotere invloed van Europese verdragen heeft ertoe geleid dat de fundamentele normen en beginselen die ten grondslag liggen aan deze positieve verplichting van rechters om omgang tussen ouder en kind te bevorderen zijn vastgelegd in de wet. De bemiddelende rol is verdwenen. Het zou gezien deze verplichtingen passend zijn als de rechter ook ambtshalve en niet alleen op verzoek van een procespartij een dwangsom kan opleggen bij niet nakoming van een omgangs- of zorgregeling. Dit zou ook de verstandhouding tussen ouders ten goede kunnen komen aangezien dan niet een van de ouders een verzoek tot een dwangsom behoeft te doen.  Dit zet altijd de zaken op scherp terwijl ouders nog lang met elkaar te maken hebben door hun kind en gezamenlijk dienen op te trekken in het belang van hun kind.

Al met al is de rol van de rechter bij omgangs- of zorgregelingen veranderd en legt een rechter in het belang van het kind ouders rechten en verplichtingen op. De tenuitvoerlegging is hierbij dan ook van belang door middel van een dwangsom. De vraag is of het belang van het kind echt gediend is met deze pressies en bemoeienis. Aandacht voor preventieve hulpverlening is belangrijk!

Mocht u vragen hebben over omgangs- of zorgregelingen dan weet u ons te vinden!


Ongehuwde vaders, opgelet!

In een eerder artikel schreef ik al dat een (meerderjarige) moeder automatisch het gezag heeft over haar kind en dat ouders gezag nodig hebben om belangrijke beslissingen te nemen over hun kind of als zij met hun kind naar het buitenland willen reizen. Als de moeder tijdens de geboorte getrouwd is, krijgt de vader ook automatisch het gezag. Dit ligt anders als de moeder niet getrouwd is met de vader. Moeder heeft dan op basis van de wet alleen het gezag. Hiermee staat de ongehuwde vader dus al op 1-0 achterstand.

Doordat de vader zijn kind erkent bij de gemeente, heeft hij nog geen gezag over zijn kind. Hiervoor moeten de ouders samen een verzoek indienen bij de rechtbank. De moeder moet voor de erkenning en het verkrijgen van het gezag toestemming geven aan de vader. Anders moet de vader in een procedure de rechtbank om vervangende toestemming vragen. Vaak komt het ontbreken van het gezag van vader pas aan het licht als er problemen zijn ontstaan zoals het overlijden van de moeder of het beëindigen van de relatie. Vaak zijn ouders het vergeten te regelen en wordt het een strijdpunt helaas.

Om de positie van de vader te verbeteren, is in 2016 een wetsvoorstel ingediend. Het voorstel houdt in dat de vader bij de erkenning van het kind automatisch ook het gezag krijgt. Het uitgangspunt wordt dat de ouders gezamenlijk gezag hebben met ruimte voor uitzonderingen. De wet zal het onderscheid tussen de ongehuwde en gehuwde vader wegnemen en zal beter aansluiten bij de veranderde samenleving waarin steeds minder ouders trouwen en waarbij gelijkwaardig ouderschap centraal staat.

Op 22 maart 2022 heeft de Eerste Kamer met het wetsvoorstel ingestemd. Het is dus slechts een kwestie van tijd voordat het wetsvoorstel in werking treedt.

Heeft u vragen over erkenning of gezag? Neem dan contact op met ons kantoor.


Je bent 16 jaar en zwanger, wat nu?  

Als je zwanger bent en je kind wordt geboren, ben je als moeder automatisch belast met het gezag over jouw kind. Bij een minderjarige moeder ligt dit heel anders. De minderjarige moeder is namelijk in beginsel niet bevoegd tot het gezag over haar kind. Zij is immers nog minderjarig! Er is op dan op dat moment geen wettelijke vertegenwoordiger van het kind. Een eventuele vader is immers ook niet automatisch belast met het gezag. Een man heeft enkel automatisch gezag over zijn kind als hij is gehuwd met de moeder. Een minderjarige vrouw kan officieel voor de wet nog niet trouwen. Het kind heeft dan dus geen gezaghebbende ouders.

De moeder kan zonder het gezag geen belangrijke beslissingen nemen over haar kind zoals keuzes over medische ingrepen, medicatie of het aanvragen van een ID document enzovoort. Maar wat dan? Er is voor dit specifieke geval een uitzonderingsregel opgenomen in de wet: de minderjarige moeder kan door de rechter meerderjarig worden verklaard. Maar hoe gaat dat precies in zijn werk?

De moeder van 16 of 17 jaar kan de rechter, middels een advocaat, verzoeken haar meerderjarig te verklaren. Als de moeder meerderjarig wordt verklaard, krijgt de moeder van rechtswege het gezag, zoals bij een volwassen moeder. De minderjarige moeder zal slechts op het gebied van het gezag als meerderjarig worden beschouwd, voor het overige blijft zij minderjarig.

De rechter zal de belangen van de moeder en haar kind afwegen. De rechter zal kijken naar de mogelijkheden van de moeder om het gezag uit te oefenen. Van belang is of de moeder veel hulp nodig zal hebben van professionele instanties of dat zij zelfstandig (met haar omgeving) voor haar kind kan zorgen. Ook kan de recther kijken naar de persoonlijke ontwikkeling van de moeder en of de moeder nog een opleiding wilt volgen. De belangen van het kind worden uiteraard ook getoetst.

De rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming vragen een onderzoek te doen naar de persoonlijke situatie van de moeder. De Raad zal dan gesprekken voeren met de moeder, haar omgeving en eventueel betrokken hulpverleners. Naar aanleiding van dit onderzoek zal de Raad de rechter adviseren. Het kan ook zijn dat de rechter tijdelijk een voogd, bijvoorbeeld de opa of oma, benoemd voor het kind totdat de moeder meerderjarig is geworden.

Ook voor zo’n praktisch probleem biedt de wet weer een oplossing! Het is wel alleen voor de minderjarige moeder mogelijk om zich meerderjarig te laten verklaren. Voor de minderjarige vader kent de wet helaas nog geen oplossing.

Mocht u nog vragen hebben over de meerderjarigheidsverklaring of over het gezag in algemene zin, neem dan contact op met ons kantoor.


Kinderen en de coronavaccinatie

In de strijd tegen het coronavirus worden ook kinderen uitgenodigd om te worden gevaccineerd. De gezaghebbende ouders beslissen in beginsel of hun kind wordt gevaccineerd, maar ook de leeftijd van het kind speelt hierin een rol. Er kan een verschil van mening ontstaan tussen de ouders of tussen de ouders en het kind.  Als er conflict is ontstaan, kan de rechtbank een doorslaggevende stem hebben. De ouders en het kind kunnen de rechtbank verzoeken om vervangende toestemming te verlenen voor de vaccinatie. Hieronder zullen wij op basis van rechtspraak per leeftijdscategorie uiteenzetten wie kunnen beslissen over de vaccinatie van kinderen.

 

Van 16 tot 18 jaar

Vanaf zestien jaar kunnen kinderen in beginsel zelf de beslissing nemen om zich te laten vaccineren. Zij hebben geen toestemming meer nodig van de gezaghebbende ouders.

 

Van 12 tot 16 jaar

Voor kinderen tussen de twaalf en zestien jaar geldt dat in beginsel ook de toestemming van de gezaghebbende ouders nodig is voor de vaccinatie, tenzij het kennelijk noodzakelijk is teneinde ernstig nadeel te voorkomen en het kind nog steeds gevaccineerd wil worden. Rechters gaan verschillend om met het eventueel verlenen van vervangende toestemming voor vaccinatie.

September 2021

Een kind van twaalf jaar verzoekt de rechtbank Noord-Nederland om vervangende toestemming te verlenen om zich te laten vaccineren, zodat hij weer veilig bij zijn zieke oma op bezoek kan.[1] Aangezien het in het belang van de samenleving en het kind is om zich te laten vaccineren, verleent de rechtbank de vervangende toestemming voor vaccinatie. Toestemming van de gezaghebbende ouders is dus niet meer nodig.

Oktober 2021

De rechtbank Noord-Nederland verleent wederom vervangende toestemming voor coronavaccinatie, maar dit keer werd het door één van de gezaghebbende ouders verzocht.[2] Het kind van veertien jaar wilde zelf graag gevaccineerd worden, omdat meerdere familieleden COPD hebben. Aangezien de gezondheidsraad de voor- en nadelen van de vaccinatie zorgvuldig heeft afgewogen bij het advies om kinderen te laten vaccineren, verleent de rechtbank de vervangende toestemming voor vaccinatie.

November 2021

De rechtbank Gelderland oordeelt daarentegen dat vervangende toestemming helemaal niet nodig is.[3] Een tiener verzoekt om vervangende toestemming voor coronavaccinatie. Aangezien het kind zich goed had verdiept in de vaccinatie en weloverwogen de beslissing had genomen, was de rechtbank van mening dat het kind geen toestemming nodig had, maar zelf mocht beslissen over de vaccinatie op grond van artikel 7:450 lid 2 BW.

December 2021

De rechtbank Oost-Brabant oordeelt ook dat de vervangende toestemming niet nodig is.[4] Een kind van vijftien had hierom verzocht, omdat haar moeder tegen de vaccinatie was. Het kind had uitvoerig informatie op internet opgezocht en met haar begeleiders van Veilig Thuis overlegd. Volgens de rechter was het kind tot een weloverwogen beslissing gekomen.

 

Van 5 tot 12 jaar

Over de vervangende toestemming voor coronavaccinaties voor kinderen onder de twaalf jaar is nog geen rechtspraak bekend aangezien deze mogelijkheid er pas net is. Het zal bij deze leeftijdscategorie slechts gaan om geschillen tussen de gezaghebbende ouders. Zodra hierover rechtspraak bekend is, komen we hier zeker op terug.

 

Heeft u meer informatie nodig over de vaccinatie van kinderen of bevindt u zich in een conflict hierover? Neem dan contact op met ons kantoor.

 

[1] Rechtbank Noord-Nederland 21 september 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4096.

[2] Rechtbank Noord-Nederland 1 oktober 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4289.

[3] Rechtbank Gelderland 5 november 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5924.

[4] Rechtbank Oost-Brabant 7 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6862.


Onderhoudsplicht van de stiefouder

Het huidige wettelijk kader voor kinderalimentatie is achterhaald. In dit kader wordt nog uitgegaan van de oude rolverdeling: de ene ouder werkt en de andere ouder zorgt. Ook samengestelde gezinnen vinden nog geen goede plek in het stelsel. Al in 2015 is een wetsvoorstel ingediend om dit kader te wijzigen, maar tot op heden is deze niet in werking getreden. Als het wetsvoorstel in werking treedt, kan de stiefouder niet meer worden verplicht om te voorzien in het levensonderhoud van het kind van zijn of haar echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner.

Op grond van artikel 1:395 BW is de stiefouder gedurende het huwelijk of geregistreerd partnerschap verplicht een bijdrage voor levensonderhoud te verstrekken aan de tot zijn of haar gezin behorende kind(eren) van de echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner. De hoogte van de bijdrage van de stiefouder wordt berekend aan de hand van de behoefte van het kind en de draagkracht van degene(n) met de onderhoudsplicht. Indien meerdere bloed- of aanverwanten verplicht zijn in de levensonderhoud van het kind te voorzien, is ieder van hen gehouden om in een deel van de behoefte van het kind te voorzien.

Dit alles betekent echter niet dat in elk geval de stiefouder verplicht is aan het levensonderhoud van het kind bij te dragen. De bijdrage kan door de rechter worden verminderd of zelfs uitgesloten.

De rechtbank Overijsel oordeelde in 2017 dat de stiefouder niet verplicht was om te voorzien in het levensonderhoud van het kind. De biologische ouders hadden voldoende draagkracht om te voorzien in de behoeften van het kind. Bovendien hadden de stiefouder en de biologische ouder samen ook weer kinderen gekregen en een nieuw gezin gevormd. Een onderhoudsplicht van de stiefouder zou dan bij het gezin extra zwaar vallen.

Ook het Hof Amsterdam oordeelde in 2017 dat de stiefouder niet verplicht was om te voorzien in het levensonderhoud van het kind. De band tussen de biologische ouder en het kind was veel nauwer dan de band die het kind en de stiefouder hadden. De ouder en het kind hadden bijvoorbeeld nog regelmatig contact. De stiefouder was ook pas op een latere leeftijd van het kind in het leven van het kind gekomen. Bovendien vervulde de stiefouder geen echte ‘ouder’ rol.

Al met al staat ons een verandering te wachten met betrekking tot de onderhoudsplicht van stiefouders. Tot de inwerkingtreding van het wetsvoorstel is het raadzaam om goede afspraken te maken over eventuele nieuwe partners bij de scheiding dan wel juridisch advies in te winnen.

 

 


Lijfsdwang voor afdwingen DNA test

Ik heb een tijdje geleden geschreven in mijn column over de mogelijkheid van lijfsdwang in het familierecht. Lijfsdwang is een zeer zwaar dwangmiddel om in te zetten aangezien je iemand een bepaalde periode van zijn vrijheid berooft. Het gebeurt niet vaak dat de rechter in het familierecht lijfsdwang toepast. Ik wil u daarom onderstaande uitspraak niet onthouden.

In deze zaak heeft de rechtbank de moeder twee jaar geleden bevolen onder oplegging van een dwangsom om haar medewerking te verlenen aan het laten afnemen van een DNA test van haar kind. De man dient immers eerst vast te laten stellen of hij de biologische vader is van het kind om vervolgens het kind te kunnen erkennen en omgang met het kind te kunnen hebben. De moeder heeft tot op heden niet meegewerkt aan het laten afnemen van deze DNA test van het kind ondanks de dwangsommen. De vraag in deze procedure is wat de rechter moet doen met deze weigerachtige houding van de moeder.

Zowel de man als het kind hebben het recht op basis van artikel 8 van het Europees verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) om zekerheid te krijgen over de biologische afstamming. De biologische afstamming maakt immers deel uit van de identiteit van een persoon. Als komt vast te staan dat de man de biologische vader is van het kind, betekent dat dat hij een aanmerkelijk gedeelte van zijn identiteit aan de man ontleent. Voor de identiteitsontwikkeling van het kind is het daarom van zwaarwegend belang dat er duidelijkheid komt. De man heeft verzocht om een lijfsdwang op te leggen aan de moeder.

Het is duidelijk dat de opgelegde dwangsom geen effect heeft op de moeder en geen prikkel heeft gegeven om haar medewerking te verlenen. De rechtbank is van mening dat de belangen van de man en het kind zwaarder wegen dan die van de moeder en legt lijfsdwang op aan de moeder. De moeder wordt nog eenmaal 14 dagen de tijd gegeven om haar medewerking alsnog te verlenen en daadwerkelijk een afspraak in te plannen voor het kind. Voor zover de moeder heeft aangevoerd dat lijfsdwang, gelet op de zorg die zij heeft voor haar vijf kinderen, disproportioneel is overweegt de rechtbank dat de moeder het zelf in de hand heeft of toepassing aan de lijfsdwang wordt gegeven. Wil zij het patroon van steeds terugkerende en mogelijke qua duur oplopende ingijzelingstelling doorbreken, dan moet zij zorgen dat zij zo spoedig mogelijk zorgt dat de DNA test wordt afgenomen bij het kind, aldus de rechtbank.

Je ziet in deze zaak dus hoeveel “macht” een moeder heeft en tijd kan rekken. De man moet geduld hebben. De emancipatie van de man is hier nog ver te zoeken.


Maatregelen tegen niet nakoming omgangsregeling (laatste deel)

Indien er van alles geprobeerd is om een contactregeling tussen ouder en kind te laten plaatsvinden maar niets helpt dan is het mogelijk om het strafrecht in te zetten.

Strikt genomen kan alleen een ouder met gezag aangifte doen wegens onttrekking van het kind aan het gezag, strafbaar gesteld in artikel 279 van het wetboek van strafrecht. Er kan sprake zijn van onttrekking van het gezag in verschillende situaties: zoals dat de ene ouder stelselmatig weigert mee te werken aan een contactregeling die is opgelegd door de rechter (sabotage) of dat de ene ouder het kind niet meer terug brengt naar de andere ouder en verhuist naar onbekende bestemming (ontvoering). Ook het “wegduiken” van ouders voor bijvoorbeeld de jeugdzorg bij een ondertoezichtstelling is strafbaar. Een situatie waarbij iemand onderdak biedt aan een kind dat bijvoorbeeld is weggelopen kan ook strafbaar zijn voor degene die het kind onderdak biedt.

Alleen als laatste mogelijkheid bij het frustreren van een omgangsregeling past men in sommige landen gevangenisstraf toe, bijvoorbeeld in België, Engeland, Frankrijk, Canada. In Nederland loopt er al enige jaren een discussie over de rol van het strafrecht in omgangszaken. Voorstanders wijzen erop dat het straffeloos naast zich neerleggen van rechterlijke uitspraken een ondermijning is van de rechtspraak.

In Nederland zie je zelden strafrechtelijke vervolgingen voor frustreren van een omgangsregeling. Dit komt omdat het openbaar ministerie in haar beleid heeft staan dat er eerst civielrechtelijke maatregelen moeten worden toegepast. Deze civielrechtelijke maatregelen heb ik de afgelopen maanden besproken in mijn columns. De rechter weegt dan de specifieke feiten en omstandigheden van het geschil en het belang van het kind af. Vaak hebben beide ouders een aandeel in het conflict. De onderliggende problematiek dient door middel van hulpverlening te worden opgelost. Echter hier gaat veel tijd overheen wat de kans op herstel van het gezag over het algemeen niet vergroot.

Indien de rechter in Nederland toch een straf oplegt is dat vaak een taakstraf. Alleen bij echte ontvoeringszaken worden er gevangenisstraffen opgelegd in Nederland. De rechter houdt bij de strafmaat rekening met de omstandigheden zoals de leeftijd van het kind, of er geweld/bedreiging heeft plaatsgevonden bij de onttrekking en de lichamelijke en psychische gevolgen van de onttrekking van de betrokkenen.

Ook hier zie je weer dat maatwerk van groot belang is. Dit was de laatste bijdrage in deze serie van de mogelijkheden om een omgangsregeling na te komen.
Heb je nog vragen? Je weet ons te vinden!