Maatregelen tegen niet nakoming omgangsregeling (laatste deel)
Indien er van alles geprobeerd is om een contactregeling tussen ouder en kind te laten plaatsvinden maar niets helpt dan is het mogelijk om het strafrecht in te zetten.
Strikt genomen kan alleen een ouder met gezag aangifte doen wegens onttrekking van het kind aan het gezag, strafbaar gesteld in artikel 279 van het wetboek van strafrecht. Er kan sprake zijn van onttrekking van het gezag in verschillende situaties: zoals dat de ene ouder stelselmatig weigert mee te werken aan een contactregeling die is opgelegd door de rechter (sabotage) of dat de ene ouder het kind niet meer terug brengt naar de andere ouder en verhuist naar onbekende bestemming (ontvoering). Ook het “wegduiken” van ouders voor bijvoorbeeld de jeugdzorg bij een ondertoezichtstelling is strafbaar. Een situatie waarbij iemand onderdak biedt aan een kind dat bijvoorbeeld is weggelopen kan ook strafbaar zijn voor degene die het kind onderdak biedt.
Alleen als laatste mogelijkheid bij het frustreren van een omgangsregeling past men in sommige landen gevangenisstraf toe, bijvoorbeeld in België, Engeland, Frankrijk, Canada. In Nederland loopt er al enige jaren een discussie over de rol van het strafrecht in omgangszaken. Voorstanders wijzen erop dat het straffeloos naast zich neerleggen van rechterlijke uitspraken een ondermijning is van de rechtspraak.
In Nederland zie je zelden strafrechtelijke vervolgingen voor frustreren van een omgangsregeling. Dit komt omdat het openbaar ministerie in haar beleid heeft staan dat er eerst civielrechtelijke maatregelen moeten worden toegepast. Deze civielrechtelijke maatregelen heb ik de afgelopen maanden besproken in mijn columns. De rechter weegt dan de specifieke feiten en omstandigheden van het geschil en het belang van het kind af. Vaak hebben beide ouders een aandeel in het conflict. De onderliggende problematiek dient door middel van hulpverlening te worden opgelost. Echter hier gaat veel tijd overheen wat de kans op herstel van het gezag over het algemeen niet vergroot.
Indien de rechter in Nederland toch een straf oplegt is dat vaak een taakstraf. Alleen bij echte ontvoeringszaken worden er gevangenisstraffen opgelegd in Nederland. De rechter houdt bij de strafmaat rekening met de omstandigheden zoals de leeftijd van het kind, of er geweld/bedreiging heeft plaatsgevonden bij de onttrekking en de lichamelijke en psychische gevolgen van de onttrekking van de betrokkenen.
Ook hier zie je weer dat maatwerk van groot belang is. Dit was de laatste bijdrage in deze serie van de mogelijkheden om een omgangsregeling na te komen.
Heb je nog vragen? Je weet ons te vinden!
Maatregelen tegen niet nakoming van een omgangsregeling deel 3
Deze maand de ingrijpende maatregelen van lijfsdwang en wijziging gezag om te proberen het contact met een kind en een ouder te laten plaats vinden.
Als alle “lichtere” maatregelen om het contact tussen een ouder en een kind te hervatten niet werken dan kan het zo zijn dat de rechter dwangmaatregelen oplegt aan de weigerachtige ouder.
Er zijn twee dwangmaatregelen. De minst zware, de dwangsom is vorige maand besproken. Deze is gericht op een financiële prikkel. De andere veel zwaardere dwangmaatregel is de lijfsdwang ofwel gijzeling. De weigerachtige ouder zal dan, in een huis van bewaring (=gevangenis) worden vastgehouden totdat aan de omgangsregeling medewerking wordt verleend. Er zijn dan al vele procedures gevoerd en een dwangsom is niet effectief gebleken. Gijzeling kan inhouden dat de weigerachtige ouder steeds opnieuw wordt opgesloten in de gevangenis, totdat wel medewerking wordt verleend. De rechtbank stelt een maximaal aantal dagen vast dat de ouder moet verblijven in de gevangenis. Vaak worden de dagen in de gevangenis vastgesteld in de periode dat er omgang zou moeten zijn met de andere ouder. Bijvoorbeeld in het weekend bij een weekend regeling met de andere ouder.
De rechter kan lijfsdwang ook gebruiken als stok achter de deur, bijvoorbeeld als de weigerachtige ouder niet meewerkt aan begeleide omgang.
Een andere zeer ingrijpende maatregel is het gezag wijzigen. Het gezag van de weigerachtige ouder wordt dan ontnomen en gaat naar de andere ouder. De weigerachtige ouder voldoet immers niet aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan gezag. Gezaghebbende ouders dienen het contact van zijn/haar kind met de andere ouder te bevorderen. Contact met beide ouders is in het belang van het kind. Deze maatregel wordt ook wel toegepast als er geen informatie wordt verstrekt over het kind door de weigerachtige ouder.
De vraag is of een ouder die het contact met de andere ouder stelmatig boycot en rechterlijke uitspraken naast zich neerlegt en het kind in feite afhoudt van de andere ouder als een goed ouder kan worden gezien? En denkt deze ouder dan wel in het belang van het kind?
De rechter past de zeer ingrijpende maatregelen van lijfsdwang en gezagswijziging zeer terughoudend toe. Deze zijn immers vaak niet in het belang van het kind. Bij gezagswijziging is wijziging hoofdverblijfplaats vaak een gevolg wat grote impact heeft op het kind. Het kind moet dan opeens bij de andere ouder gaan wonen. De rechtbank dient een belangenafweging te maken en zijn beslissing goed te motiveren.
Volgende maand het laatste deel van deze reeks van maatregelen om contact tussen een ouder en een kind te laten plaatsvinden. Het strafrecht staat dan centraal.
Bij vragen weet u ons te vinden.
Maatregelen tegen niet nakoming van een omgangsregeling deel 2
Deze maand informeer ik u over ingrijpende maatregelen om een omgangsregeling met een kind na te laten komen. Als eerste de benoeming van een bijzondere curator, de ondertoezichtstelling en een dwangsom.
Een bijzondere curator wordt benoemd door de rechtbank om de belangen van het minderjarige kind te behartigen. De bijzondere curator geeft advies aan de rechtbank. De bijzondere curator kan een psycholoog, pedagoog, mediator en/of advocaat of andere professional zijn. Afhankelijk van de zaak wordt de juiste professional ingezet die zelfstandig onderzoek zal doen. De bijzondere curator zal praten met het kind afhankelijk van de leeftijd en met de ouders en kan informatie opvragen bij instanties zoals school en hulpverlening. Ook kan de bijzondere curator aan de rechtbank verzoeken doen namens het kind. De rechtbank geeft de bijzondere curator een specifieke opdracht. Vervolgens zal de rechtbank het advies van de bijzondere curator meenemen in zijn uitspraak.
De rechtbank kan ook de Raad voor de kinderbescherming gelasten een onderzoek te doen en advies uit te brengen over de omgang. Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt als meer belastend gezien voor het kind en de wachttijden zijn lang bij de Raad voor de Kinderbescherming.
Een meer ingrijpend middel is de ondertoezichtstelling van een kind. Dit is een kinderbeschermingsmaatregel. De Raad voor de kinderbescherming geeft hierover advies. De gezinsvoogd (Jeugdbeschermer) heeft mede gezag over het kind en kan belangrijke beslissingen nemen in het belang van het kind en ouders dwingende aanwijzingen geven. Een ondertoezichtstelling kan maximaal voor een jaar worden opgelegd door de rechter en kan vervolgens worden verlengd. Er dient echter sprake te zijn van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarige en van het falen van minder ingrijpende middelen. Het zal dan gaan om een ondertoezichtstelling gericht op de omgang.
Als de omgang die is vastgelegd in een uitspraak van de rechtbank niet wordt nagekomen kan de politie worden ingeschakeld. De politie kan forceren dat het kind naar de ouder toegaat zoals afgesproken. Men is erg terughoudend met inschakeling van de politie omdat inzet van politie erg traumatisch is voor het kind en dit de verdere uitvoering van de omgang niet ten goede komt. Je ziet in plaats daarvan dat men een spoed procedure start bij de rechtbank en de rechter vraagt om een dwangsom op te leggen aan de ouder die de omgang niet nakomt. Dit dient als prikkel/stimulans te gelden om zich aan de afspraken te houden inzake de omgang met het kind. De dwangsom kan je laten innen via de deurwaarder bij niet nakoming van de omgang met het kind. Helaas zijn er ook gevallen bekend waarbij de ouder liever de dwangsom betaalt dan de omgang na te komen. Voor die gevallen kan lijfsdwang of wijziging van het gezag dan wel het strafrechtelijke kader uitkomst bieden. Hierover meer volgende maand.
Mocht u vragen hebben dan weet u ons te vinden!
Maatregelen niet nakomen omgangsregeling
De coronacrisis leidt tot een record aantal conflicten tussen gescheiden ouders over de omgang met hun kinderen. Er worden veel spoedprocedures gevoerd bij de rechtbank. Er zijn verschillende maatregelingen mogelijk bij niet nakoming van een omgangsregeling. Zelfs de inzet van het strafrecht is mogelijk. In dit artikel meer hierover.
Op de overheid rust een inspanningsverplichting om het recht op omgang tussen ouders en kinderen te waarborgen. Dit is vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De overheid moet snel en doeltreffend handelen waarbij de inzet van sancties niet moeten worden uitgesloten. De belangen van het kind staan hierbij voorop.
Bij niet nakomen van een omgangsregeling kan je denken aan dat de ene ouder de kinderen niet op de afgesproken tijd haalt of terugbrengt of zelfs helemaal niet komt opdagen. Of dat de ene ouder de kinderen niet wilt of kan opvangen op de afgesproken momenten. Ook kan het zijn dat de ene ouder er alles aan doet om de kinderen weg te houden van de andere ouder met of zonder goede reden.
In Nederland zijn er een aantal maatregelen die kunnen worden toegepast om de omgangsafspraken goed te laten verlopen. Als eerste de inzet van omgangsbemiddeling middels een mediator. Ook is andere hulpverlening mogelijk zoals een coach of inzet van het Jeugd en gezinsteam. Deze hulp vindt plaats in het vrijwillige kader.
De rechter kan begeleide omgang opleggen. Het kind en een ouder hebben dan contact onder begeleiding van een professional. Een andere maatregel die steeds vaker voorkomt is benoeming door de rechter van een bijzondere curator. Een bijzondere curator vertegenwoordigt het minderjarige kind. Het kind kan op deze wijze zijn/haar stem laten horen. De bijzondere curator praat ook met de ouders en brengt advies uit aan de rechter.
Een meer ingrijpende maatregelen om de omgang goed te laten verlopen is een omgangsondertoezichtstelling. Een omgangsondertoezichtstelling is een dwangkader waarbij er door de rechtbank een jeugdwerker vanuit de jeugdzorg wordt benoemd om het kind en het gezin de nodige hulpverlening te bieden. Ook tot de ingrijpende maatregelen van de rechter behoort een dwangsom of zelfs lijfsdwang. Bij een dwangsom zal de ouder die de omgang niet nakomt een bedrag moeten betalen aan de andere ouder. Bij lijfsdwang kan de ouder van zijn vrijheid worden ontnomen. Als laatste van de ingrijpende maatregelen kan er een wijziging van het gezag plaatsvinden. Het gezag van een ouder over zijn kind kan dan worden beëindigd. Tot slot is er nog een zware maatregel mogelijk en dat is de inzet van het strafrecht. Wegens onttrekking van het kind aan gezag kan er aangifte worden gedaan. Onttrekking van een kind aan gezag is immers strafbaar gesteld in de wet.
Aangezien mijn column te kort is om alle maatregelen tegen niet nakoming van een omgangsregeling goed te bespreken zal ik de komende maanden aandacht besteden aan deze maatregelen ook aan de hand van rechtspraak.
Heeft u tussentijds al vragen dan weet u ons te vinden via telefoonnummer 071-203 2166 of via de mail info@wettingenderoode.nl.
Rest ons u alvast hele fijne feestdagen toe te wensen in deze uitzonderlijke tijden van de coronacrisis en een gezond 2021.
Maatregelen tegen niet nakoming van een omgangsregeling deel 1
In mijn laatste column van december 2020 heb ik aangegeven om de komende columns de maatregelen tegen de niet nakoming van een omgangsregeling te bespreken. In deze column bespreek ik de “maatregelen” in het vrijwillige kader zoals omgangsbemiddeling middels een mediator, een coach of inzet van het Jeugd en gezinsteam. Tot slot zal ik de begeleide omgang opgelegd door een rechter bespreken.
Het is goed om je af te vragen waarom de omgangsregeling tussen ouder en kind niet wordt nagekomen of niet lekker loopt. Liggen hier ander belangen onder zoals jaloezie, slechte communicatie, weinig vertrouwen in elkaar als ouder of wil het kind niet en waarom niet. Bij een slechte communicatie tussen ouders kan een (scheidings)coach helpend zijn. Een voorbeeld hiervan is een vrouw die in haar communicatie heel uitgebreid en bezorgd is. De andere ouder is juist kort en zakelijk. De communicatie tussen hen verliep slecht waardoor ook de omgangsregeling niet goed liep. De andere ouder reageerde bijvoorbeeld vaak niet op mails en berichten van de vrouw. De coach van de vrouw adviseerde de vrouw anders te gaan communiceren. De vrouw kan zichzelf immers veranderen maar de andere ouder niet. De vrouw ging ook kort en zakelijk communiceren. Ze vond dit spannend maar het werkte. Ze kreeg antwoord en doordat er weer communicatie was werden de afspraken voor de omgangsregeling ook weer duidelijk en nageleefd.
Het Jeugd en gezinsteam (JGT) staat altijd klaar voor ouders met kinderen. Zij gaan met de ouder(s) op zoek naar een oplossing. Zij werken samen met allerlei hulporganisaties en hebben dus korte lijnen en goede doorverwijzing.
Ook mediation is een middel om omgangsproblemen op te lossen. Echter dienen beide ouders hier dan wel aan mee te willen werken. De rechter kan ouders doorverwijzen maar ook dan blijft het op vrijwillige basis. Ouders kunnen ook samen een mediator zoeken. Een mediator is een onafhankelijk persoon die gespecialiseerd is in deze problematiek. Samen met de mediator gaan de ouders op zoek naar een oplossing. De kracht van mediation is dat je samen naar een oplossing zoekt en dat deze oplossing dus veel “commitment” heeft omdat dit niet is opgelegd door bijvoorbeeld een rechter maar samen is bedacht. Je kan de afspraken eventueel laten vastleggen in een rechterlijke uitspraak.
Tot slot de omgangsbegeleiding. Dit is een traject waarbij er bemiddelingsgesprekken met de ouders plaatsvinden en onder begeleiding van een professional vindt er contact plaats tussen de niet verzorgende ouder en het kind op een veilige neutrale plek. Vaak is dit bij een hulpinstantie. Cardea bijvoorbeeld faciliteert dit soort begeleiding. Er worden verslagen gemaakt van de contact momenten en de ouders krijgen tips. Het gebeurt vaak dat de ouder en het kind elkaar lange tijd niet hebben gezien om verschillende redenen. Het contact wordt dan opgebouwd in frequentie/duur en er wordt toegewerkt naar onbegeleide omgang tussen ouder en kind. Vertrouwen speelt hier ook een grote rol in. Het doel is verder dat ouders een samenwerking vinden waardoor het kind niet meer betrokken raakt in de strijd tussen ouders. Er is vaak wel een wachtlijst. Je ziet dat rechters dan tijdelijke alternatieven proberen te zoeken zoals contact op een openbare plek met een derde (opa/oma, vriend/vriendin) erbij of videobellen.
Corona en omstreden maatregelen
Het Coronavirus houdt de wereld in zijn greep. In Nederland begeven we ons momenteel in een tweede besmettingsgolf van deze pandemie. Besmettingen lopen per dag op waardoor maatregelen wederom onvermijdbaar zijn. Maar waarom zijn bepaalde maatregelen zo lastig op te leggen en is er veel kritiek op? Denk aan de uitzondering van het aantal bezoekers van kerkdiensten in Staphorst (600 personen in plaats van 30) en het dragen van mondkapjes dat nog niet verplicht kan worden. En wat heeft de coronawet hiermee te maken?
In Nederland hebben wij bepaalde fundamentele rechten van de mens oftewel mensenrechten opgenomen in de grondwet. Voorbeelden van grondrechten zijn de vrijheid van meningsuiting, recht op privacy, kiesrecht, recht op gelijke behandeling, recht op de persoonlijke levenssfeer en vrijheid van godsdienst. Grondrechten zijn onaantastbare rechtsnormen die aan burgers persoonlijke vrijheid en een menswaardig bestaan moeten verzekeren en die ingrijpen van met name de overheid moeten beperken. In Nederland zijn deze rechten vastgelegd in de hoogste nationale wet, de grondwet. Grondrechten zijn publieke rechten die individuele burgers kunnen inroepen tegenover de overheid.
Het dragen van een mondkapje valt onder het grondrecht van de persoonlijke levenssfeer. De overheid kan een burger niet verplichten om iets te dragen.
Het bijwonen van een kerkdienst of het gebed in de moskee valt onder het grondrecht van de vrijheid van godsdienst. Er geldt een uitzonderingspositie voor het aantal bezoekers voor religieuze vieringen. Ook valt het trouwen voor de kerk onder de vrijheid van godsdienst. Voor een trouwerij voor de wet mag je maximaal 30 gasten in een openbare ruimte uitnodigen. Voor een kerkelijke trouwerij geldt dit in principe (ook) niet.
Tot nu toe zijn de maatregelen in Nederland via een noodverordening aan de bevolking opgelegd. Deze noodverordeningen zijn bedoeld voor korte (crisis)situaties. Helaas valt de coronacrisis niet meer onder een korte situatie, waardoor er nogal wat kritiek op de noodverordeningen kwam. Dit omdat de grondrechten van burgers ingeperkt worden op basis van een noodverordening voor langere tijd.
Zowel het recht op persoonlijke levenssfeer als de vrijheid van godsdienst kunnen niet op grond van een noodverordening beperkt worden omdat het grondrechten zijn. Als de overheid grondrechten wil kunnen beperken, dient daarvoor een grondslag te zijn in een wet van de regering en het parlement, ofwel de Eerste – en Tweede Kamer. De coronawet is hiervoor geschikt. De maatregelen in de noodverordeningen zullen in deze coronawet worden gegoten om zo de maatregelen te kunnen rechtvaardigen. Er was echter nog kritiek op het voorstel van de coronawet. Bijvoorbeeld de ruime bevoegdheden van de minister zonder inspraak van de Eerste – en Tweede Kamerleden. Deze gang van zaken is ondemocratisch en de wet is hierop inmiddels aangepast. Ook zal de wet voorlopig voor drie maanden gelden en telkens worden verlengd zolang deze pandemie er is.
Een juridische grondslag in de vorm van een wet is dus noodzakelijk voor het beperken van grondrechten. Voor de verplichting van het dragen van mondkapjes wordt de juridische basis geregeld in de coronawet. Inzake het aantal bezoekers van kerken blijft de uitzondering van kracht en vraagt de overheid vooralsnog de kerken hun verantwoordelijkheid hierin te nemen. Uiteraard dient wel de 1,5 m in acht te worden genomen.
Het is onduidelijk hoe lang het virus ons nog in zijn macht houdt. Ik hoop in ieder geval niet lang, zodat niemand meer noodgedwongen beperkt wordt in zijn grondrechten.
Toegang tot de rechter voor een kind
Een minderjarig kind kan niet zomaar naar de rechter stappen. Eèn van de ouders of de voogd moet dit namens het kind doen. Maar in sommige situaties mag het kind toch zelf een verzoek indienen bij de rechtbank. In dit artikel meer hierover.
Alle minderjarige kinderen kunnen een informeel verzoek indienen bij de rechtbank in zaken betreffende gezag, omgang en hoofdverblijf. Een informeel verzoek houdt in dat je als kind zelf een brief schrijft aan de rechter met je verzoek. De kinderrechtswinkel kan kinderen hierbij bijvoorbeeld helpen.
Deze verzoeken hebben allemaal een grote invloed op het leven van een kind. Met de informele rechtsingang wordt de mogelijkheid gegeven aan kinderen om zelf de regie te nemen en bij de rechter een procedure af te dwingen, zonder afhankelijk te zijn van hun ouders. Een belangrijke manier dus waarop kinderen hun stem kunnen laten horen.
Over welke verzoeken gaat het dan concreet:
-Als het kind voor zijn eigen belangen wilt opkomen bijvoorbeeld als zijn of haar ouders gaan scheiden. In zo'n situatie mag het kind de rechter vragen iemand te benoemen die voor zijn of haar belangen op komt. Zo'n persoon heet een bijzondere curator.
-Ook kan een kind aanpassing van het ouderlijk gezag verzoeken, of een omgangsregeling instellen, aanpassen of stopzetten als zijn of haar ouders gaan scheiden of zijn gescheiden.
-Het kind kan verder verzoeken om bij de andere ouder te willen wonen of een omgangsregeling met iemand anders dan zijn of haar ouders vast te stellen, bijvoorbeeld met opa of oma.
-Tot slot kan een kind verzoeken om een informatie- en consultatieregeling tussen ouders in te stellen, aan te passen of zelfs stop te zetten.
Als een kind de rechter iets vraagt, dan gaat de rechter nadenken of daarmee iets moet gebeuren. Het nadeel is dat het kind geen recht heeft op een gemotiveerde beslissing van de rechter. Ook kan het kind niet in hoger beroep tegen de beslissing van de rechter. De rechter zal wel altijd serieus kijken naar het verzoek.
Als de rechter een dergelijk verzoek ontvangt, dan kan de rechter het kind uitnodigen voor een gesprek. Dit gesprek wordt alleen met het kind gevoerd. De rechter gaat dan kijken wat er met de vraag moet gebeuren. Is het bijvoorbeeld nodig om dit met de ouders te bespreken? Is er een beslissing van de rechter nodig? Soms zal de rechter het verder oppakken en de ouders vragen om naar de rechtbank te komen, maar het kan ook voorkomen dat de rechter niet beslist overeenkomstig wat het kind gevraagd heeft. De rechter beslist altijd in het belang van het kind.
Het kind moet wel in staat zijn om zijn eigen belangen op waarde te kunnen schatten. De rechter zal daarom tijdens het gesprek nagaan of een kind goed over het verzoek heeft nagedacht en of het werkelijk een verzoek van het kind zelf is. Verzoeken van zeer jonge kinderen zullen daarom vaak niet in behandeling worden genomen.
Een kind heeft dus een mogelijkheid om vragen/verzoeken voor te leggen aan een rechter zonder tussenkomst van een advocaat.
Corona en de impact op de familiepraktijk
Zowel zakelijk als privé heeft het corona virus en de beperkende maatregelen grote invloed. De invloed op ons privé leven heeft ook juridische aspecten. Ik krijg veel vragen over verblijfsregelingen, onderhoudsgeld, echtscheidingen en zelfs ontervingen. Ook zijn er gevallen van huiselijk geweld of een gezamenlijke echtscheiding via videobellen. In dit artikel de bespreking van twee vragen.
Vooral praktische vragen worden er gesteld door cliënten. Ik vind het hierbij van groot belang dat ouders met elkaar overleggen. Ik probeer cliënten tot redelijkheid te brengen. Sommige cliënten zijn echt bezorgd maar bij andere lijkt het erop dat zij de coronacrisis als een excuus gebruiken om de kinderen , tegen de afspraken in, langer bij zich te houden.
De eerste vraag is of een regeling voor de schoolvakanties dient te gelden nu de scholen gesloten zijn? Hierbij lijkt mij het uitgangspunt dat afspraken nageleefd moeten worden. Vaak is een ouderschapsplan bekrachtigd door de rechtbank zodat dit een rechterlijke beslissing is die moet worden nageleefd. Enkel indien je in onderling overleg andere afspraken kan maken mag je afwijken.
Een andere vraag is of een client zijn kinderen naar de andere ouder moet laten gaan omdat deze in een ziekenhuis of een rusthuis werkt? Deze ouder is mogelijk besmet en dit zou een gevaar vormen voor de kinderen.
Het eenzijdig niet respecteren en naleven van een zorgregeling kan enkel als er sprake is van een noodtoestand. Een noodtoestand nu zou zijn dat de andere ouder besmet is met het corona virus en in quarantaine zit. Maar dan nog dient er gekeken te worden of er mogelijkheden zijn dat de kinderen digitaal contact kunnen hebben met de andere ouder dan wel op afstand. De kinderen en de andere ouder hebben immers het recht om elkaar te zien. Dit lijkt mij ook meer dan redelijk. Dit brengt mij dan ook gelijk op het beginsel van de redelijkheid en billijkheid die in de wet is vastgelegd. Ik denk dat vooral de redelijkheid en billijkheid in deze uitzonderlijke tijd van belang is. Er is immers geen rechtspraak of specifiek wetsartikel waar we op terug kunnen grijpen in deze tijd van de coronacrisis. Goed is om te weten dat landen met een lock down zoals Frankrijk en Spanje hebben aangegeven dat er een uitzondering geldt voor het naleven van de zorgregeling. Je mag dus wel de straat op om je kind te halen of te brengen van of naar je ex.
Ik adviseer ouders met elkaar in gesprek te gaan. Tja er zijn genoeg gezinnen waarvan een ouder in de zorg werkt en ook in die gezinnen ziet de ouder zijn kinderen logischerwijs omdat zij tot een huishouden behoren. De kinderen in een scheidingssituatie behoren toe aan twee gezinnen en twee huishoudens……
Als laatste is van belang om je af te vragen of je in deze bizarre tijd deze kwesties wilt laten oplopen tot een rechtszaak. Het afdwingen van een zorgregeling zal lastig zijn in de tijd dat deze beperkende maatregelen van kracht zijn. De rechtbanken en gerechtshoven zijn gesloten en behandelen maar zeer beperkt zaken. Ik vind deze gang van zaken in de rechtspraak overigens onbegrijpelijk. Het is teleurstellend dat er niet sneller en op grotere schaal maatregelen worden genomen in de rechtbanken zodat zittingen doorgang kunnen vinden. In de hele wereld ontstaan er innovatieve initiatieven en de rechtspraak blijft achter. De advocatuur wordt aangemerkt als een vitaal beroep maar op deze wijze kunnen vele advocaten hun werk niet goed doen. Momenteel worden er getracht veel zaken schriftelijk af te doen. Dat is prima maar lang niet mogelijk in alle zaken.
Indexering alimentatie
Ontvangt of betaalt u alimentatie? Dan is het goed om te weten dat de hoogte van de alimentatie jaarlijks op 1 januari wordt verhoogd ook al heeft u hierover geen afspraken gemaakt. Deze verhoging is wettelijk vastgesteld en gepubliceerd en heet indexering.
De jaarlijkse verhoging geldt voor zowel kinder- als partneralimentatie. Het maakt niet of deze alimentatie is vastgesteld door de rechtbank of dat deze alimentatie tussen partijen overeen is gekomen in bijvoorbeeld een convenant of ouderschapsplan. De jaarlijkse wettelijke indexering is van toepassing.
Deze indexering is een correctie die wordt toegepast ter compensatie van gestegen kosten van levensonderhoud ten gevolge van bijvoorbeeld inflatie en hogere woonlasten. Dit is een wettelijke verplichting.
De alimentatie stijgt mee met de gemiddelde loonstijging. De minister van justitie bepaalt rond november met welke percentage de alimentatiebedragen worden aangepast. De loonindexcijfer wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de landelijke salarisontwikkelingen.
Ook als uw loon niet is gestegen dient u toch het alimentatiebedrag te indexeren. Mocht u nu al jaren geen indexering hebben voldaan/ontvangen dan kan het deels verjaard zijn. De verjaringstermijn is 5 jaar. Tot 5 jaar terug zal u alsnog de indexering moeten voldoen dan wel kunnen ontvangen. Dit bedrag kan aanzienlijk zijn zodat afspraken over de betaling hiervan van groot belang is.
Indien de alimentatieplichtige niet wilt meewerken aan betaling van de verhoging van de alimentatie dan kunt u deze persoon in gebreke stellen en vervolgens via het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO) gratis de indexering laten incasseren.
In 2020 bedraagt het indexeringspercentage 2,5%. In 2019 was dit 2% en in 2018 was dit 1,5%. Op de site van onder andere het LBIO wordt jaarlijks tijdig het indexeringspercentage aangegeven en kunt u laten berekenen met welk bedrag de alimentatie wordt verhoogd en ook hoeveel geld dit is over een bepaalde periode. Het kan behoorlijk oplopen.
Mocht u nog vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
Kinderen mogen kiezen?
Vaak hoor ik gescheiden ouders zeggen dat hun minderjarige kinderen vanaf 12 jaar mogen kiezen bij wie ze bijvoorbeeld willen wonen. Dit is een misvatting die ik graag nader wil toelichten.
Als eerste is het nooit goed om kinderen te laten kiezen. Kinderen zijn loyaal aan hun beide ouders. De gezaghebbende ouders dienen samen keuzes te maken over hun minderjarige kinderen.
Ik denk dat ouders het zogenaamde kiezen van de kinderen verwarren met dat in Nederland minderjarige kinderen vanaf 12 jaar worden uitgenodigd door de rechtbank om hun stem over bijvoorbeeld de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats naar voren te brengen.
De rechtbank nodigt per brief kinderen in procedures uit vanaf 12 jaar. De kinderen hebben de keuze om in persoon met de rechter te gaan praten of een brief te sturen aan de rechter. In het laatste geval is de vraag of een kind de brief alleen heeft geschreven of hulp heeft gehad van een ouder en is beïnvloed. Ik adviseer altijd indien mogelijk om de kinderen met de (kinder)rechter te laten praten. De ouders zijn hier niet bij aanwezig. Uiteraard is deze uitnodiging spannend voor kinderen maar de kinderrechter probeert in een informele sfeer met de kinderen te praten en hen op hun gemak te stellen. Hetgeen de rechter met het kind bespreekt wordt kort samengevat weergegeven op de rechtszitting waar de ouders aanwezig zijn. Het kind kan dus vrij praten met de rechter en aangeven wat hij/zij wel en niet wilt dat zijn/haar ouders ervan horen. De rechter heeft opleiding en ervaring met dit soort kindgesprekken en achteraf blijkt dat kinderen het gesprek met de rechter heel erg mee vinden vallen.
De rechtbank houdt dus rekening met de mening van minderjarige kinderen bij haar beslissing omdat kinderen vanaf 12 jaar wettelijk het recht hebben om hun mening naar voren te brengen in zaken die hen aangaan. Het is dus niet zo dat kinderen kunnen kiezen.
Kinderen onder de 12 jaar kunnen ook hun stem laten horen maar enkel op verzoek of door benoeming van een bijzondere curator. Een bijzondere curator wordt benoemd door de rechter voor een minderjarig kind. Ik wordt zelf ook regelmatig benoemd als bijzondere curator in bijvoorbeeld een procedure van ontkenning vaderschap of ingewikkelde internationale zaken. Ik sta dan minderjarige kinderen bij en dien hun stem naar voren te brengen bij de rechtbank. De rechtbank verwacht vervolgens een advies te ontvangen in het belang van het kind. Dit advies kan afwijken van hetgeen het kind wilt.
Tot slot wil ik niet onbenoemd willen laten de organisatie door en voor kinderen “Villa Pinedo”. Villa Pinedo helpt lotgenoten vanuit ervaring. Ze hebben nu ook het systeem van een buddy wat zeer succesvol is. Neem eens een kijkje op hun website en lees eens de brief van kinderen van gescheiden ouders…….heel treffend.