Meer geld beschikbaar voor sociale advocatuur

In 2022 komt er voor de sociale advocatuur een investering vrij van 154 miljoen euro (incl. btw). Het kabinet laat met deze investering zien dat het belang van een goede rechtsbescherming voor iedereen groot is. Sociaal advocaten werken op basis van een toevoeging. Dit houdt in dat de rechtsbijstand door de overheid wordt gesubsidieerd, de zogenaamde pro-deo advocaat. Cliënten hoeven dan slechts eenmalig een eigen bijdrage te betalen. Sociaal advocaten besteden in de praktijk vaak veel meer uren aan het dossier dan zij uitbetaald krijgen. Ook het uurtarief ligt veel lager dan een uurtarief op betalende basis. Met het geld dat het kabinet ter beschikking stelt, kan het aantal te vergoeden uren meer in verhouding worden gebracht met het aantal uren dat de sociaal advocaten daadwerkelijk besteden aan een dossier.

Hoewel de investering een behoorlijke bijdrage lijkt, wordt het bedrag elk jaar stapsgewijs afgebouwd. Zo is er in 2025 en 2026 (nog maar) 64 miljoen euro extra beschikbaar. Het voorstel van het kabinet is om dit afnemende bedrag te laten compenseren door de commerciële advocatuur. Commerciële advocatenkantoren werken (nagenoeg) alleen op basis van een uurtarief en zijn dus lang niet voor iedere rechtszoekende betaalbaar. Hoe de commerciële kantoren moeten bijdragen aan de sociale advocatuur is nog niet bekend. Dit kan bijvoorbeeld met een financiële bijdrage zijn of een verplichting dat alle advocaten een bepaald percentage toevoegingszaken moeten behandelen.

De Nederlands Orde van Advocaten (de beroepsorganisatie voor de advocatuur) geeft echter aan dat, hoewel de commerciële advocatenkantoren door de jaren heen steeds meer betrokken zouden zijn bij de sociale advocatuur, gefinancierde rechtsbijstand een overheidstaak is en blijft op grond van artikel 18 Grondwet. De Orde is dus van mening dat het niet aan commerciële advocatenkantoren is om mee te helpen aan de bekostiging van de sociale advocatuur. Wij delen deze mening niet.

Advocaten genieten een aantal privileges met het uitoefenen van hun vak, zoals de bezoldiging en het procesmonopolie. Het is dus geen vreemde gedachte dat commerciële advocaten hiervoor een maatschappelijke tegenprestatie voor zouden leveren. Het verplicht behandelen van toevoegingszaken zal tevens de ontstane kloof tussen de sociale en commerciële advocatuur verkleinen.

Bij Wetting & de Roode Advocaten behandelen wij dossiers op basis van een uurtarief én op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit houdt in dat wij enerzijds voor onze (commerciële) klanten optreden, maar ook onze maatschappelijke verplichting jegens alle rechtszoekenden nemen. Wij vinden het erg belangrijk dat iedereen toegang heeft tot het recht!

Indien u vragen heeft over een geschil en/of u in aanmerking denkt te komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand neem dan contact met ons op. 071 20 32 166.


Lijfsdwang voor afdwingen DNA test

Ik heb een tijdje geleden geschreven in mijn column over de mogelijkheid van lijfsdwang in het familierecht. Lijfsdwang is een zeer zwaar dwangmiddel om in te zetten aangezien je iemand een bepaalde periode van zijn vrijheid berooft. Het gebeurt niet vaak dat de rechter in het familierecht lijfsdwang toepast. Ik wil u daarom onderstaande uitspraak niet onthouden.

In deze zaak heeft de rechtbank de moeder twee jaar geleden bevolen onder oplegging van een dwangsom om haar medewerking te verlenen aan het laten afnemen van een DNA test van haar kind. De man dient immers eerst vast te laten stellen of hij de biologische vader is van het kind om vervolgens het kind te kunnen erkennen en omgang met het kind te kunnen hebben. De moeder heeft tot op heden niet meegewerkt aan het laten afnemen van deze DNA test van het kind ondanks de dwangsommen. De vraag in deze procedure is wat de rechter moet doen met deze weigerachtige houding van de moeder.

Zowel de man als het kind hebben het recht op basis van artikel 8 van het Europees verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) om zekerheid te krijgen over de biologische afstamming. De biologische afstamming maakt immers deel uit van de identiteit van een persoon. Als komt vast te staan dat de man de biologische vader is van het kind, betekent dat dat hij een aanmerkelijk gedeelte van zijn identiteit aan de man ontleent. Voor de identiteitsontwikkeling van het kind is het daarom van zwaarwegend belang dat er duidelijkheid komt. De man heeft verzocht om een lijfsdwang op te leggen aan de moeder.

Het is duidelijk dat de opgelegde dwangsom geen effect heeft op de moeder en geen prikkel heeft gegeven om haar medewerking te verlenen. De rechtbank is van mening dat de belangen van de man en het kind zwaarder wegen dan die van de moeder en legt lijfsdwang op aan de moeder. De moeder wordt nog eenmaal 14 dagen de tijd gegeven om haar medewerking alsnog te verlenen en daadwerkelijk een afspraak in te plannen voor het kind. Voor zover de moeder heeft aangevoerd dat lijfsdwang, gelet op de zorg die zij heeft voor haar vijf kinderen, disproportioneel is overweegt de rechtbank dat de moeder het zelf in de hand heeft of toepassing aan de lijfsdwang wordt gegeven. Wil zij het patroon van steeds terugkerende en mogelijke qua duur oplopende ingijzelingstelling doorbreken, dan moet zij zorgen dat zij zo spoedig mogelijk zorgt dat de DNA test wordt afgenomen bij het kind, aldus de rechtbank.

Je ziet in deze zaak dus hoeveel “macht” een moeder heeft en tijd kan rekken. De man moet geduld hebben. De emancipatie van de man is hier nog ver te zoeken.