Ook werknemers in het goederenvervoer kunnen opdrachtgevers aansprakelijk stellen bij onderbetaling

Afgelopen vrijdag is bekend gemaakt dat minister Asscher en minister Van der Steur gezamenlijk een wetsvoorstel hebben ingediend dat het ook voor werknemers in het goederenvervoer mogelijk maakt om de opdrachtgevers aansprakelijk te stellen wanneer zij te weinig loon betaald krijgen.
Nu is – na invoering van de Wet aanpak schijnconstructies ook wel de WAS genoemd – het mogelijk voor werknemers in Nederland om de opdrachtgevers van hun werkgever aansprakelijk te stellen voor de betaling van hun loon. Het gaat hier om een hoofdelijke aansprakelijkheid wat betekent dat de werknemer niet eerst zijn eigen werkgever hoeft aan te spreken, maar direct naar de opdrachtgever kan om het loon te vorderen. Deze beschermingsmaatregelen, die zijn bedoeld om oneerlijke concurrentie en uitbuiting tegen te gaan, reiken nog verder. Wanneer de werknemer geen verhaal kan halen bij zijn werkgever of diens directe opdrachtgever, biedt de WAS de mogelijkheid om ook de volgende opdrachtgevers in de schakel aansprakelijk te stellen.
Deze ketenaansprakelijkheid was er tot 1 juli 2015 alleen voor betaling van het minimumloon, maar is nu uitgebreid tot het cao loon of het loon dat in de arbeidsovereenkomst staat. De opdrachtgever kan onder deze aansprakelijkheid uitkomen wanneer hij kan aantonen dat hem de onderbetaling van de werknemer niet te verwijten valt. Dat betekent doorgaans dat de opdrachtgever inzichtelijk zal moeten maken welke maatregelen hij heeft genomen om onderbetaling te voorkomen.
Met het wetsvoorstel zijn de ministers Asscher en Van der Steur voornemens om deze beschermingsbepalingen ook voor het goederenvervoer over de weg te laten gelden. Het wetsvoorstel wordt voorgelegd aan de Raad van State voor advies.